Avondschrijver

Dit is er van mij geworden: ik lees de boeken die mijn dochter bij de bibliotheek leent. De Twilight saga - heb ik gelezen. Hunger Games - tuurlijk. Op die manier kwam ik ook  zelfbenoemd avondschrijver Erik Melisie tegen. Ik ben nu bezig in zijn YA-roman Alexandra Quirtesse in de Virkenmereg. Een Alice in Wonderland meets Lord of the Rings avontuur. Ik denk dat een scherpe editor het nog beter zou kunnen maken, maar spannend en bijzonder en dat is heel wat.

Mooi is ook het avontuur van Melisie zelf. Eerst komt zijn boek uit bij een uitgeverij nadat hij het eerst in eigen beheer had uitgegeven (hoera!) Dan stopt zijn uitgever (o nee!) En nu is er een uitgever voor deel twee die ook een tweede druk voor deel een voor zijn rekening neemt (dubbel hoera!). Dat is de avondschrijver. Iemand zonder beurs of subsidie, die de boeken schrijft die hij zelf wil lezen, en die vecht om zijn boeken in de bieb en boekhandel te krijgen - en die reageert als je tweet dat je hem leest.

Tabee F.Springer

Nog voor mijn eerste boek uitkwam mocht ik naar de nieuwjaarsborrel van Querido. Tijdens die borrel nam Lidewijde me mee naar de gang, want daar was iemand die ik moest ontmoeten: F. Springer. Ik werd geïntroduceerd als een collega schrijver/diplomaat en schudde mijnheer Schneider de hand. Ik had zijn complete werk niet lang daarvoor gelezen - en het had grote indruk op me gemaakt. Als een collega geïntroduceerd worden was te veel eer. Meer dan oppervlakkigheden uitwisselen deden we niet. Ik wist niet nauwelijks wat ik moest zeggen en Springer wilde naar huis. We namen afscheid, de deur zwaaide open en een koude wind woei naar binnen. Springer verdween in de nacht.

Een aantal van de rituelen van mijn gezin

Ons huishouden kent talloze rituelen. De croissantjes uit de oven op zaterdagochtend, de spaghetti na het hockeyen, het filmpje van de slang dat we na het eten kijken. Er is het ritueel waarbij een van mijn dochters via de interne telefoon belt en zegt dat zij Geit-Jan is en zegt dat ik bij Ajax mag spelen. Er is het verhaal van hoe pappa en mama de bliksem gingen bekijken en zich verstopten voor op de heren-wc. En er is de dialoog van het ongelofelijke toeval. Het ongelofelijke toeval is gebaseerd op een van de meer begrijpelijke passages uit La Cantatrice Chauve van Ionesco. In deze passage ontmoeten Mme en M. Martin elkaar. Zij menen elkaar al eens eerder gezien te hebben. Ze wisselen details over hun persoonlijk leven uit en ontdekken steeds dat deze overeenstemmen. "Ik heb ook een dochter met een bruin en een blauw oog" - en elke overeenkomst noemen zijn een ongelooflijk toeval. Wij spelen dit na. Keer op keer. Ik doe alsof ik niet weet dat mijn dochter mijn dochter is en ik vraag haar hoe zij heet. Zij zegt haar naam en ik zeg dat ik ook een dochter met die naam heb. Dat is wel erg toevallig. Ik vraag haar hoe haar beste vriendin heet, hoe haar zussen heten, op welke dag zij geboren is en telkens weer zeg ik: "goh wat is dat toch toevallig!" Ik ga door tot mijn dochters er genoeg van hebben. "Maar ik ben jouw dochter!" roept mijn dochter van vier. "Echt waar?" zeg ik, "Maar dat is toevallig! Dat zegt mijn dochter ook altijd." "Kijk maar," houdt ze vol. "Ik heb hetzelfde DNA." "La vérité ne se trouve d'ailleurs pas dans les livres, mais dans la vie," mompel ik dan.

In een avond een site bouwen

Vier jongens, vier pizza's, vier Macbook Airs, en drie tripeltjes: dat was alles wat nodig was om de nieuwe site van Last Minute Aanbiedingen in de lucht te krijgen. En hij ziet er best strak uit ook nog. Met als speelse touch dat vliegtuigje.
Dan ga je met een voldaan gevoel slapen. We hebben iets gebouwd vandaag.

Het boek dat ik geschreven heb

Borges schrijft ergens dat schrijvers hun collega's afrekenen op de boeken die ze hebben geschreven, en zichzelf waarderen vanwege de boeken die ze hadden willen schrijven. Ik lees de drukproeven van mijn vierde roman en nu wordt het boek dat ik had willen schrijven definitief het boek dat ik heb geschreven. Dat is een moeilijk proces. Twee jaar lang was ik de god van dit kleine universum - en ik ben nu mijn almacht verloren. Ik mag nog komma's verplaatsen en d's in t's laten veranderen. Straks wordt me zelfs dat recht afgenomen, dan mag ik alleen nog iets krabbelen op de Franse titelpagina. Als ik geluk heb tenminste en er na een lange dag eenzaam in een boekhandel in Emmen gezeten te hebben er eindelijk iemand is die mijn boek wil kopen. 'Voor wie is het?' 'Voor mijn zuster. Die leest graag.' 'Hoe heet uw zuster?' 'Klaske.' Ik zal zitten nadenken wat ik kan schrijven voor Klaske in het volle besef dat dit het enige is wat ik nog kan toevoegen aan het boek dat ik geschreven heb.

De analytische taal van John Wilkes en de barbies

In De Analytische Taal van John Wilkes beschrijft Borges een oude Chinese encyclopedie.
Op die pagina's uit een grijs verleden staat geschreven dat de dieren zijn te onderscheiden in a) toebehorend aan de keizer, b) gebalsemd, c) getemd, d) speenvarkens, e) zeemeerminnen, f) fabeldieren, g) zwerfhonden, h) die welke in deze classificatie zijn opgenomen, i) die welke tekeer gaan als dwazen j) ontelbare, k) die welke zijn getekend met een heel fijn kameelharen penseel, l) enzovoort, m) die welke net een vaas hebben gebroken, n) die welke in de verte op vliegen lijken.

En zo is het ook met Barbieaccesoires, dacht ik, toen ik met de kinderen bezig was in een grootscheepse actie de grote Barbiekist op te ruimen.
Veel moest weg, en de rest moest op een logische manier onderverdeeld worden. De kinderen namen het voortouw in het maken van een indeling. "In dit bakje doen we mooimaakspullen en tasjes" - dat volg ik nog. Maar kammen en borstels horen daar niet bij en dan wordt het lastiger voor mij. En dan heb ik het niet over de categorieën als kleine dieren en meubels, staarten van zeemeerminnen of de ontelbare kleine dingen die niet in de classificatie zijn opgenomen. Die laatste gooien we weg. Dat scheelt.

De taqiyya van Wilders

Het (sjiitische) islamitisch recht kent de Taqiyya: het recht van een moslim om zijn geloof te verbergen om problemen te voorkomen. De anti-islambeweging vindt (dit relatief obscure gebruik) buitengewoon fascinerend. In hun ogen zijn alle moslims fundamentalisten - de gematigden maken slechts gebruik van hun recht op Taqiyya. Tegen een dergelijke beschuldiging kun je je niet verdedigen, elke ontkenning kan een onderdeel zijn van de Taqiyya.

Sinds kort heeft de anti-islambeweging zijn eigen Taqiyya. De verafschuwde terrorist Breivik schrijft ergens in zijn manifest dat hij begrijpt dat zijn geestverwanten zich in het openbaar van hem zullen distantiëren, maar dat hij weet dat ze hem dankbaar en erkentelijk zijn. De afschuw van Wilders, de ontkenning van Spencer, de afstand van Geller: het is in de ogen van Breivik slechts Taqiyya. Zijn voorbeelden begrijpen hem, zij weten dat zijn daad nodig was, in hun hart zijn ze hem dankbaar.

Wilders weet dat je je niet kunt verdedigen tegen de beschuldiging van Taqiyya, maar hij mag zich gelukkig prijzen dat het merendeel van zijn politieke tegenstanders (anders dan zijn aanhangers) redelijke mensen zijn, die weinig geneigd zijn geloof te hechten aan complottheorieën.