De taqiyya van Wilders

Het (sjiitische) islamitisch recht kent de Taqiyya: het recht van een moslim om zijn geloof te verbergen om problemen te voorkomen. De anti-islambeweging vindt (dit relatief obscure gebruik) buitengewoon fascinerend. In hun ogen zijn alle moslims fundamentalisten - de gematigden maken slechts gebruik van hun recht op Taqiyya. Tegen een dergelijke beschuldiging kun je je niet verdedigen, elke ontkenning kan een onderdeel zijn van de Taqiyya.

Sinds kort heeft de anti-islambeweging zijn eigen Taqiyya. De verafschuwde terrorist Breivik schrijft ergens in zijn manifest dat hij begrijpt dat zijn geestverwanten zich in het openbaar van hem zullen distantiëren, maar dat hij weet dat ze hem dankbaar en erkentelijk zijn. De afschuw van Wilders, de ontkenning van Spencer, de afstand van Geller: het is in de ogen van Breivik slechts Taqiyya. Zijn voorbeelden begrijpen hem, zij weten dat zijn daad nodig was, in hun hart zijn ze hem dankbaar.

Wilders weet dat je je niet kunt verdedigen tegen de beschuldiging van Taqiyya, maar hij mag zich gelukkig prijzen dat het merendeel van zijn politieke tegenstanders (anders dan zijn aanhangers) redelijke mensen zijn, die weinig geneigd zijn geloof te hechten aan complottheorieën.