Een aantal van de rituelen van mijn gezin

Ons huishouden kent talloze rituelen. De croissantjes uit de oven op zaterdagochtend, de spaghetti na het hockeyen, het filmpje van de slang dat we na het eten kijken. Er is het ritueel waarbij een van mijn dochters via de interne telefoon belt en zegt dat zij Geit-Jan is en zegt dat ik bij Ajax mag spelen. Er is het verhaal van hoe pappa en mama de bliksem gingen bekijken en zich verstopten voor op de heren-wc. En er is de dialoog van het ongelofelijke toeval. Het ongelofelijke toeval is gebaseerd op een van de meer begrijpelijke passages uit La Cantatrice Chauve van Ionesco. In deze passage ontmoeten Mme en M. Martin elkaar. Zij menen elkaar al eens eerder gezien te hebben. Ze wisselen details over hun persoonlijk leven uit en ontdekken steeds dat deze overeenstemmen. "Ik heb ook een dochter met een bruin en een blauw oog" - en elke overeenkomst noemen zijn een ongelooflijk toeval. Wij spelen dit na. Keer op keer. Ik doe alsof ik niet weet dat mijn dochter mijn dochter is en ik vraag haar hoe zij heet. Zij zegt haar naam en ik zeg dat ik ook een dochter met die naam heb. Dat is wel erg toevallig. Ik vraag haar hoe haar beste vriendin heet, hoe haar zussen heten, op welke dag zij geboren is en telkens weer zeg ik: "goh wat is dat toch toevallig!" Ik ga door tot mijn dochters er genoeg van hebben. "Maar ik ben jouw dochter!" roept mijn dochter van vier. "Echt waar?" zeg ik, "Maar dat is toevallig! Dat zegt mijn dochter ook altijd." "Kijk maar," houdt ze vol. "Ik heb hetzelfde DNA." "La vérité ne se trouve d'ailleurs pas dans les livres, mais dans la vie," mompel ik dan.